Techniek

3 Succesfactoren

Het bobsleeen bij de vrouwen beperkt zich tot de tweemans formatie. Dit in tegenstelling tot de mannen waarbij ook nog met vier personen wordt afgedaald. Tijdens de start wordt door alle teamleden de slee over een afstand van ongeveer 50 meter voortgeduwd. Een afstand die normaal gesproken in ongeveer 6 seconden wordt overbrugt en waarbij een snelheid tot wel 50 km/u kan worden bereikt. Daarna is het zaak om zo snel mogelijk plaats te nemen in de slee, waarbij de pilote (voorste atleet) als eerste plaats neemt, gevolgd door de remster.

Het succes waarmee een team een afdaling doorloopt hangt voornamelijk af van drie elementen: de start - die voor een belangrijk deel de maximaal te bereiken topsnelheid bepaalt -, het sturen - de ideale lijn wordt bepaald door zowel de snelheid als de af te leggen afstand zoals in de figuur hiernaast duidelijk zichtbaar wordt gemaakt - en tenslotte het materiaal waarover beschikt kan worden. Waarbij het laatste element, het materiaal, misschien wel het doorslaggevende aspect vormt dat het verschil maakt tussen subtop of Olympisch goud

 

 

 

 

Wedstrijden

De startvolgorde tijdens een afdaling wordt bepaalde a.d.v. de eerder behaalde resultaten tijdens een Wereldbekerwedstrijd. Een Wereldbekerwedstrijd bestaat uit twee afdalingen.  De Olympische Spelen, de Wereldkampioenschappen vormen hierop een uitzondering aangezien hierbij over vier afdalingen over twee dagen wordt bepaald wie zich uiteindelijk 'the best of the rest' mag noemen.

Indien een slee tijdens de race onderste boven geraakt, maar toch de finish lijn weet te overschreiden wordt dit beschouwd als een geldige afdaling. Mochten twee teams gelijk eindigen dan worden deze ook als gelijk geeindigd beschouwd.

 
 

Technische eigenschappen

De tweemansbon bestaat uit een piloot en een remster. Bij de viermansbob voor mannen komen hier nog twee atleten tussen in. De snelheid die wordt bereikt op het punt van inspringen bedraagt ongeveer 50 km/u, terwijl de maximale snelheid tijdens een afdaling kan oplopen tot ongeveer 145 km/u. De baan moet minimaal 1200m lang zijn terwijl gedrurende de afdaling een hoogteverlies moet worden geboekt van ongeveer 18% van de baanlengte. Na de finish neemt de baan een licht stijgende richting aan zodat de teams instaat worden gesteld om te remmen. De combinaties van rechte stukken die worden afgewisseld met varierende bochten levert een uitdagende en spectaculaire strijd op.

De figuur hiernaast geeft een goed overzicht van de belangrijkste bouwkundige eigenschappen waaraan een bobslee moet voldoen. 

 

 

De bob

Een bob van Nederlandse bodem leek velen jaren nog toekomst-muziek. Wij Nederlanders kochten ons materiaal in het buitenland. Dat kon op twee manieren. Je koopt een tweedehands bob van een ander team of laat een nieuwe bob maken. Er zijn maar een aantal bedrijven die nieuwe bobs commercieel op de markt zetten.

In het bobsleeen geldt echter altijd 1 regel. Een bobslee kopen die gelijk goed loopt en blijft lopen is onmogelijk. Door zelf veel te werken aan de afstelling en door na te denken over kleine aanpassingen en die uit te voeren, maak je de bob pas echt snel. Dit is vaak een proces van trial en error. Maar waar een aantal jaren geleden een Nederlands geproduceerde bobsleen og toekomst muziek leek, is het onmogelijke waargemaakt. In 1 jaar hebben Eurotech en DSM een competatieve bobslee gebouwd!

Na de Olympische Spelen van Vancouver is deze slee voor ons team ter beschikking gekomen en hebben we hiermee onze beste resultaten ooit gehaald, met onder andere zilver op de Worldcupfinale en brons op het EK!